Morfologische monitoring van een zandsuppletie te Mariakerke

Dit project betreft de monitoring van een proefsuppletie die werd uitgevoerd in Mariakerke om de morfologische respons te vergelijken tussen enerzijds een gecombineerde strand- en vooroeversuppletie en anderzijds enkel een strandsuppletie. De monitoring werd uitgevoerd vanaf de start van de suppletiewerken in 2013 tot 2018. Omvangrijke data sets met topografische (LIDAR en strandprofielen) and bathymetrische (singlebeam en multibeam) metingen werden geanalyseerd om de efficiëntie van de zandsuppletie te evalueren. Een groot deel van het volume van het aangevoerde zand was nog steeds in het gebied aanwezig drie jaar na de suppletiewerken. Morfologische trends zijn erosie van het intertidaal strand, aangroei op het droog strand en een herwerking van de vorm van de vooroeversuppletie in één of twee onderwaterbermen. Met numerieke modellen werd aangetoond dat deze onderwaterbermen de golfhoogte op het strand bij storm reduceren, zowel bij laag water als bij hoog water. Ten zuidwesten van de haveningang van Oostende, aangelegd in 2011, is er ruimte waar zand dat geërodeerd werd in Mariakerke terecht is gekomen door sedimentatie. In het proefgebied werd de kustlijn door de aanleg van de suppletie zeewaarts verplaatst; na drie jaar is deze positie behouden gebleven. Net na de aanleg van de suppletie was kustdwars zandtransport het dominante strandmorfologische process, maar daarna werd het kustlangs zandtransport belangrijker; dit werd geschat op 150 000 tot 200 000 m3 per jaar in de noordoostelijke richting (parallel aan de kustlijn).

Topobathymetrische evolutieFiguur: topobathymetrische evolutie: a) verschilkaart tussen 2014 en 2013; b) verschilkaart tussen 2017 en 2013; c) verschilkaart tussen 2017 en 2014.