Bouw nieuwe onderzoeksinfrastructuur

  • 30 september 2016

De Vlaamse overheid heeft vandaag beslist om een nieuwe onderzoeksinfrastructuur te ontwikkelen aan de terreinen van Plassendale 1 in Oostende. Op deze locatie zullen twee faciliteiten gebouwd worden: een bassin voor de studie van golven (coastal and ocean basin) en een bassin voor proeven met schaalmodellen van schepen (sleeptank).

Sleeptank

Havens zijn belangrijk voor de welvaart, zeker de Vlaamse havens met hun supranationaal belang: ze verwerken een aanzienlijk deel van de Europese in- en uitvoer. Het verzekeren van hun toegankelijkheid voor steeds groter wordende schepen is dus cruciaal voor het welvaartsbehoud. Om te weten of deze alsmaar groter wordende schepen nog de Vlaamse zeehavens kunnen bereiken, dient eerst een oordeel geveld te worden omtrent de manoeuvreerbaarheid in dergelijke condities. Dit gebeurt op de scheepsmanoeuvreersimulatoren van het Waterbouwkundig Laboratorium. Deze simulatoren bootsen de werkelijkheid na op basis van data verkregen uit manoeuvreerproeven in de sleeptank . In een sleeptank kan het manoeuvreergedrag van schepen in ondiep en beperkt water onder gecontroleerde omstandigheden beproefd worden om op basis van deze proeven dan wiskundige modellen te maken die in de simulatoren geïmplementeerd worden.

De nieuwe sleeptank zal 174 m lang en 20 m breed zijn. De tank kan gevuld worden tot 1 m waterdiepte, wat toelaat om manoeuvreerproeven uit te voeren met scheepsmodellen tot 8 m lengte.

Naast het leveren van input aan scheepsmanoeuvreersimulaties, kunnen ook specifieke problemen onderzocht worden voor klanten wereldwijd (havens, reders, andere laboratoria) in de specifieke niche van het varen in ondiep en beperkt water. Vlaanderen heeft hierbij een leidinggevende rol dankzij het Kenniscentrum Varen in ondiep en beperkt water (Departement Mobiliteit en Openbare Werken en Universiteit Gent).

Waarom een nieuwe sleeptank

Bij het initiëren van de bouw van de huidige sleeptank in het Waterbouwkundig Laboratorium in 1992 hadden de grootste schepen die de Vlaamse havens konden bereiken een lengte van ongeveer 200 m. Daar er schaalmodellen van ca. 4 m gebruikt worden diende men te werken met een schaal van om en bij 1/50. Vandaag zijn er schepen tot 400 m lang die onze havens aan doen. Hun manoeuvreergedrag dient beproefd te worden rond schaal 1/100, waardoor met een zelfde meetbereik de nauwkeurigheid verminderde met een factor 8 en een toename gaf van problemen voor het meten van de langskracht door wrijving.

Door de beperkte breedte van de huidige sleeptank kan er bij gebruik van dergelijke "grote" schaalmodellen  niet langer gesproken worden van open water. De tank blijft uitermate geschikt om proeven te doen in beperkt water, maar door die beperkte afmetingen was er een hypotheek op het voorspellen van het gedrag in open water enerzijds en het vergelijken van de manoeuvreereigenschappen in open en beperkt water anderzijds. Daarnaast zijn geheugeneffecten door de wanden in een beperkte breedte niet uit te sluiten.

Bijkomend probleem is dat het programma van huidige  sleeptank  continu gevuld is (momenteel bezet tot eind 2018).

Er wordt steeds meer onderzoek uitgevoerd voor de binnenvaart. Door de kleine waterverplaatsing van deze schepen in ballastconditie treden er momenteel problemen op om deze situatie te onderzoeken. Dit komt doordat de gemeten krachten bijzonder klein zijn enerzijds en door het initiële gewicht van het scheepsmodel dat reeds meer is dan de gewenste ballastconditie.

Het toenemen van de schaalfactor bij de modellen van zeeschepen en de geringe afmetingen van de propulsie-organen voor binnenvaartschepen leidt tot het gebruik van zeer kleine schroeven en roeren tijdens de proeven in de huidige sleeptank. De onzekerheid op de resultaten behaald met deze propulsie-organen doet afbreuk aan de kwaliteit van de wiskundige modellering.

Coastal and ocean basin

’De ‘coastal and ocean basin’, of golftank, is een grote bak met water waarin op een gecontroleerde manier golven, stroming en wind gegenereerd kunnen worden. In deze grote bak (afmetingen +/-30mx30mx1,5m diep) worden realistische schaalmodellen geplaatst en wordt hun gedrag onder deze condities bestudeerd. Dat kunnen schaalmodellen zijn van grote offshore constructies, constructies voor kustbeveiliging, vlottende windturbines, golfenergieconvertoren, … De studies op deze schaalmodellen vormen een belangrijke tussenstap bij het laten doorstromen van innovaties op papier en in simulaties naar de open zee. De golftank zal flexibel, moduleerbaar zijn en unieke mogelijkheden bieden m.b.t. de generatie van deze golven en stroming. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat een dergelijke infrastructuur een belangrijk instrument zal zijn voor zowel de wetenschappelijke partners (UGent, KU Leuven en Waterbouwkundig Laboratorium) alsook voor Vlaamse industriële spelers die actief zijn in de brede blauwe groei sector, de sector van marien gebonden activiteiten. Eerder werden er middelen toegezegd voor de onderzoeksinfrastructuur die hierin geplaatst zal worden door VLAIO en de Herculesstichting i.h.k.v. het initiatief Gen4Wave geïnitieerd door UGent en Generaties.

Kostprijs en timing

Het prijskaartje wordt geraamd op 30,8 miljoen euro, waarvan 5 miljoen euro voor de gebouwen zelf, 0,8 miljoen euro voor studiewerk, 16 miljoen euro voor de sleeptank en 9 miljoen euro voor de golfank.
De bedoeling is dat het complex in gebruik kan genomen worden in de loop van 2019.